STADSWANDELING DOOR LEIDEN



Leiden is bekend als monumentenstad, universiteitstad en museumstad. Maar het is ook een gezellige stad met een enorme keuze aan cafés en eethuisjes, antiekzaken, restaurants en knusse winkeltjes. In de 17e eeuw was Leiden de grootste stad van Holland, maar is in de Franse Tijd afgezakt tot één van de armste steden van ons land. de stad heeft toen veel van zijn stedeschoon verloren maar er is toch veel bewaard gebleven. En nu de meeste straten en kades zijn opgeknapt en ouderwetse lantaarns de grachten, steegjes en pleintjes sfeervol verlichten, is Leiden zelfs een van de aantrekkelijkste oude steden van Nederland.

We beginnen de stadswandeling midden in de Breestraat. Met je rug naar het warenhuis van V&D gekeerd, loop je naar links. Op de hoek met de Pieterskerk-Choorsteeg ligt in het plaveisel van de straat de zgn. zeshoekige blauwe steen, het historische middelpunt van de stad en tevens de plek waar vroeger de beul zijn werk deed.

Hier aan dit kruispunt rijst links voor ook het imposante stadhuis op. De prachtige renaissance gevel is na de beruchte stadhuisbrand van 1929 geheel herbouwd in originele stijl van ca. 1600. Twee leeuwen met het stadswapen flankeren het bordes. Aan de linkerzijde van dit bordes zien we de zgn. Roepstoel, waar op 3 oktober 1574 bekend werd gemaakt dat het beleg door de Spaanse troepen tijdens de tachtigjarige oorlog ten einde was, waarna de traditionele hutspot werd gegeten, buit gemaakt door de Leidse weesjongen Cornelis Joppensz.

We slaan de straat in naar rechts, waar allerlei bijzondere winkeltjes bij elkaar zitten. Als we even verderop linksaf slaan, de Langebrug in, stuiten we op de bloemenpracht van Fiori. Vergeet vooral niet een kijkje te nemen in het binnenhofje van Fiori. Ongewoon aardig is ook de antiekwinkel Highlands op nummer 32a. Van deze winkel straalt de statige sfeer van een Schots landhuis af. Er worden hier dan ook Schotse stoffen verkocht. Er schuin tegenover, in 't Spiegel op nummer 91, straalt de Franse joie de vivre je tegemoet vanuit wel honderd in krullerige lijsten gevatte Spiegels. Tussen deze glimmende luxe en de Kindervlinder, een winkeltje in tweedehands kinderkleren, opent zich een smal poortje.

Het is de Gekroonde Liefdepoort waar ooit de Schilder Jan Steen woonde. Achter de poort bevindt zich een geslaagd samengaan van moderne en oude hofjes, waarbij het Pieter Gerritsz Spekhofje (achteraan rechts) een kleine parel is. Als enige van de 35 Leidse hofjes zijn de bakstenen huisjes hier wit geschilderd. Door de poort linksachter in het hofje kun je de wandeling voortzetten, waarbij je door een pittoresk gangetje pal achter de St. Pieterskerk uitkomt. Deze 15e eeuwse kerk heeft een fraai interieur. De huidige kerk is vele malen grote dan Leidens eerste in 1120 gewijde parochiekerk. Dankzij de kinderkopjes, de hoog oprijzende gotische kerk en de kleine huisjes vergeet je hier helemaal dat je je in hartje Randstad bevindt.


We lopen rechtdoor de Kloksteeg in, langs Templum Salomonis, de oudste boekwinkel van de stad. Het Prentenkabinet, een paar panden verderop, lijkt minstens zo oud maar is toch het jongste en sjiekste restaurant van Leiden. Ooit huisde hier daadwerkelijk het prentenkabinet en nog steeds hangt het vol met Oudhollandse gravures. Met veel oog voor detail heeft men de voormalige bouwval uit zijn as doen herrijzen. Achter nummer 21 ligt het Jan Pesijnhofje met in het hart een mooie zonnewijzer. Op deze plek woonde in het begin van de 17de eeuw een groep Pilgrim Fathers. Deze geloofsvluchtelingen uit Engeland staken na hun elfjarig verblijf in Leiden in 1620 met de Mayflower naar Amerika over. Hoe klein hun aantal ook was, ze hadden een grote invloed op de grondwet van de latere VS. ledere Amerikaan van standing voelt zich dan ook nazaat van de Pilgrim Fathers, wat verklaart waarom president George Bush per se naar Leiden wilde toen hij in '89 op staatsbezoek was.

We gaan rechtsaf het Pieterskerkhof op, het mooiste plein van de stad. Autovrij, groot en geflankeerd door de machtige St. Pieterskerk en het kasteelachtige Gravensteen. Dit schilderachtige gebouwencomplex uit de 13e-16e eeuw deed vroeger dienst als gevangenis. De zuidelijke gevel met rood-witte luiken en het tuchthuis daarnaast stammen uit de 17e eeuw. De allure van het plein wordt door de Leidenaren (nog) niet onderkend. Op een zwoele zomeravond mogen hier de rieten terrasstoelen beslist niet ontbreken. Maar tijdens de manifestatie Leiden Culinair komt het plein echt tot leven.


We lopen rechts om de kerk heen en dan links via de Muskadelsteeg om het Gravensteen heen naar het pleintje Het Gerecht. Rechts op de hoek van de Lokhorststraat zie je de aantrekkelijke gevel van de voormalige Latijnse School, gebouwd in 1599 en tot 1864 gebruikt als gymnasium. Via de Houtstraat komt het uit op het Rapenburg, Leidens beroemdste en deftigste gracht. Op de hoek rechts zit het Rijksmuseum van Oudheden. Het laatste dat je verwacht wanneer je het Hollandse grachtenpand binnenloopt, is een enorme zaal die een Egyptische tempel overkapt. Het museum met zijn oudheden en bodemschatten uit Egypte, Mesopotamië en het Midden-Oosten laat goed zien dat een collectie uit de oudheid niet saai en stoffig hoeft te zijn. Zeker nu het na een grondige verbouwing weer is opengesteld.

We steken het Rapenburg over met zijn vele mooie gevels. Voor ons ligt de Doelensteeg. De wandeling gaat echter linksaf de gracht op. Rechts ligt het hoofdgebouw van de Leidse Universiteit, gevestigd in het voormalige Witte Nonnenklooster. De Universiteit dateert van 1575. Achter de poort ligt de Hortus Botanicus, de oudste botanische tuin van ons land en beroemd om zijn kassen met tropische natuurwonderen als de Braziliaanse reuzenwaterlelie en de Amorphophallus.

Even verderop hebben Japanners een tuin aangelegd ter nagedachtenis aan de plantenverzamelaar Von Sieboldt. En overal tussendoor ontsluiten paadjes duizenden uitheemse soorten, die tot een natuurlijk geheel zijn verenigd tegen het decor van de Leidse sterrenwachtkoepels. Op zondag waaien flarden klassieke muziek door het groen, want dan is de oranjerie omgetoverd in een concertzaal. De Clusiustuin maakt de meeste indruk. Het is een natuurgetrouwe kopie van de Hortus zoals die er kort na de oprichting in 1590 uitzag. Toen diende de tuin als toeleverancier van medicijnen voor de medische faculteit.

Het Rapenburg volgend, stuit je op het Van der Werffpark, aangelegd op de plaats waar in 1807 een schip met 18 ton buskruit ontplofte. De klap was tot in Den Haag hoorbaar. Na het park gaan we links het bruggetje over. Hier staat links tegenover het park de Lodewijkskerk. Dit is de oorspronkelijke kapel van het St. Jacobsgasthuis, ook bekend als Saaihuis. De gevel is overeind gebleven na de eerder genoemde ontploffing. Een steen in de walkant geeft de juiste plek aan, waar de ramp gebeurde.

Over de brug meteen rechts en alsmaar rechtdoor de Nieuwe Rijn over, de Hartesteeg in en naar de Nieuwstraat. Die lopen we links in, maar we kijken eerst nog even in de Hooglandsekerk-Choorsteeg iets verderop rechts. Op de hoek aan het eind vind je er de Klare Lijn. Hoewel Leiden tegenwoordig wemelt van de antiek en brocantewinkeltjes heeft de eigenaar hier zijn afwijkende visie weten te behouden. Hij beperkt zich tot de jaren '20-'60 en heeft veel glaswerk, lampen, schoolplaten en art deco beeldjes, maar ook houten archief- en museumkasten met een fascinerend ritme van laden, handvaten en etikethouders. In het steegje vinden we ook café De Bonte Koe, oorspronkelijk een slagerij en nog helemaal bekleed met beschilderde tegeltjes. Hier komen nauwelijks studenten maar vooral veertigers uit de creatieve hoek.

Terug in de Nieuwstraat kijken we tegen de Hooglandse Kerk op. Deze kerk wordt ook wel St. Pancraskerk genoemd en is gesticht in 1315 en was toen een houten kerkje. De huidige kerk is uit de periode 1470-1550, maar is nooit helemaal voltooid. Dus net als de Pieterskerk een laatgotische, sierlijke kolos, maar met een volledig wit, ijl, hoog interieur. Hier bevindt zich het graf van burgemeester van de Werff, die tijdens het beleg van Leiden in de tachtigjarige oorlog zo'n belangrijke rol heeft gespeeld.

Links om de hoek, op Beschuitsteeg nr. 9, zit het wonderlijkste museum van Leiden. Het staat niet in de museumfolder, is niet in reisgidsen terug te vinden. Het Leiden American Pilgrim Museum. Dit kleinste museum geeft de informatie niet via informatieborden, maar wordt verteld door directeur-conservator/verzamelaar/gids Jeremy Bangs zelf. Er staan geen vitrines, maar je bent te gast in een 17de-eeuwse huiskamer die zo met originele spullen is ingericht dat er een Pilgrim Father zou hebben kunnen wonen.

De Nieuwstraat volgend komenwe via een poort de ware kern van Leiden binnen. Hier, afgeschermd van autogeruis en de moderne wereld, ligt De Burcht. Boven op een in de 9de eeuw opgeworpen aarden heuvel staat een ommuring uit de 12de eeuw. De grote poort uit de 17e eeuw is versierd met wapens van verschillende burgemeesters die als burggraaf optraden. Hier heb je het mooiste uitzicht over Leiden, de Hooglandse Kerk rijst als een Franse kathedraal op uit een zee van lage huisjes. Voor een drankje kun je terecht bij het Burchtcafé en voor de lunch is Koetshuis De Burcht een goed adres. Maak vooral een rondje over de burchtmuur en ook een onderlangs, om dan het pad langs het koetshuis naar de Oude Rijn te volgen. Daar ga je rechts en weer rechts de Hooglandsekerkgracht in, vanwaar je nogmaals een grandioos zicht op de kerk hebt.


De kerk rechts passerend kom je weer in de Nieuwstraat uit, die je rechts in slaat om links de Burgsteeg in te lopen. We lopen door tot de Koornbrug. Deze brug dateert van ca. 1440, maar pas in 1825 werd de overkapping aangebracht. Vervolgens rechtsaf langs de Nieuwe Rijn lopend, passeer je het kloppend hart van de stad. Hier is elke woensdag en zaterdag een markt. Het stadhuis, V&D, Haarlemmerstraat (gewonere winkels) en de Breestraat (sjiekere winkels) liggen op een steenworp afstand. We lopen voorbij het Waaggebouw aan de Aalmarkt. Dit gebouw uit 1657 is gebouwd door de bekende architect Pieter Post. Via de Mandenmakerssteeg naar links en we zijn terug in de Breestraat. Precies, daar waar onze stadswandeling begon.



Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gegenereerd op 25-05-2001 door C.P.J. Aerssens