STADSWANDELING RIQUEWIHR

Riquewir - Rue de Général de Gaulle met zicht op stadspoort Dolder (1291)

Wie in het hoogseizoen Riquewihr bezoekt, wordt overdonderd door de drukte van het massatoerisme, de commercie en de kitsch. Toch is Riquewihr, ondanks alle nadrukkelijke opgepoetsheid, een mooi stadje. Nergens in de Elzas vinden we op zo'n klein oppervlak zo'n rijke verscheidenheid aan 16e en 17e eeuws vakwerk, binnenhoven, arcaden en veranda's, poorten en portalen uit de gouden eeuw van Riquewihr, de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) uitgezonderd. De huizen uit die tijd ademen voorspoed en welvaart, voortgekomen uit een grote faam op wijnbouwgebied. Vanouds staan de wijngaarden rondom Riquewihr bekend als de beste van de Elzas. De ten zuidoosten van het stadje gelegen Sporen is een van de beste wijnhellingen van Riquewihr. Een al even goede naam heeft de zuidflank van de Schoenenberg, 'da der Edelste Wein dieses Landes wachst', zoals de 17e eeuwse topograaf Matthias Merian in zijn Topographiae Aistaiae opmerkt. Op een afbeelding van Riquewihr zien we rechts du Schoenenberg, de heuvel die beschutting biedt tegen gure noordenwinden. In het centrum van de afbeelding heeft Merian een kleine stad gegraveerd in een opvallend regelmatig rechthoekig patroon, heel wat strakker van opzet dan de meeste andere, veelal organisch gegroeide Elzassische steden en stadjes.

De plattegrond van Riquewihr doet en plan vermoeden. Wellicht zijn de Heren van Horbourg hier planologen avant Ia lettre: een zekere Burckhard II bijvoorbeeld laat in 1291 de rechthoekige ommuring bouwen. Dat geslacht Horbourg is trouwens al snel weer van het toneel verdwenen. Burckhard verkoopt stad en omgeving enkele decennia later aan zijn oom, de Hertog van Württenberg. Tot de Franse Revolutie is het lot van Riquewihr met dat van de Württembergers verbonden gebleven.

Het begin van de 16e eeuw belooft aanvankelijk weinig goeds. Economische crises en sociaal-religieuze woelingen volgen elkaar in hoog tempo op. In 1525 ondersteunt Riquewihr de boerenopstand; niet veel later volgt het zijn meester in de Reformatie. Des te vetter zijn de jaren die op deze onrustige periode volgen. In de wijnhandel rijk geworden burgers laten huizen in Renaissancestijl bouwen, het een nog mooier dan het andere. Sinds 1505 staat die handel volledig onder controle van beëdigde wijnproevers in dienst van het stadsbestuur. Deze gourmets zijn zonder uitzondering herbergiers en behoren tot de aanzienlijkste families van de stad. Herbergen als À l'Étoile en Du Cenf zijn gerenommeerde proeflokalen. Het instituut van de gourmet houdt tot in de 20e eeuw stand. Pas na de Eerste Wereldoorlog, als de Elzassische wijnen moeten gaan concurreren met de Franse kwaliteitswijnen, worden de gourmets gedwongen om zich van ambachtelijke wijnproevers tot moderne groothandelaren te ontwikkelen.



ROUTEBESCHRIJVING STADSWANDELING RIQUEWIHR

Een bezichtiging van Riquewihr vergt ongeveer anderhalf uur. Het stadscentrum is alleen toegankelijk voor voetgangers. Het is dan ook noodzakelijk de auto buiten het dorp te parkeren. Gelegenheid hiervoor vinden we aan Avenue Jacques Présis of de Route de Colmar. Door de Avenue Jacques Présis bereiken we het Hotel de Ville, gelegen aan de oostelijke stadsrand. Dit huidige stadhuis in Neo-Klassieke stijl is in 1809 gebouwd op het niveau van de stadsmuur uit de 16e eeuw op de plaats de oude Porte du bas. De nauwe doorgang van het huidige gebouw naar het centrum wijst op de zowel verdedigende functie als de toegang tot de stad van die oude stadspoort.

Hier starten we onze stadswandeling, die begint in de met kinderkopjes geplaveide Rue du Général de Gaulle. De eerste straat links voert naar het Cour du Château van de Hertogen van Württemberg-Montbéliard. Het Renaissance bouwwerk stamt uit 1540, zoals te zien is boven het portaal aan de voet van een aardig hoektorentje. Sinds 1324 is Riquewihr in bezit van het Huis Württemberg en komt bij de Vrede van Luneville (1801) onder Frankrijk. In het Château waar is het Elzassische Postmuseum ondergebracht met zo'n mooie, oude postkoets voor de deur. Vanuit de Rue du Général de Gaulle lopen we de Rue des Écuries in, waar in het Musée de Ia Diligence, een koetshuis en de 16e eeuwse stallen, duidelijk gemaakt wordt hoe in de 18e eeuw gereisd werd: per koets met exemplaren tot begin 20e eeuw.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Riquewihr - Postkoets voor de Cour du Château
We lopen terug naar de hoofdstraat, de Rue du Général de Gaulle, en slaan rechtsaf. Meteen zien we rechts het Maison David Irion met een renaissanceportaal en een erker over twee verdiepingen. Ernaast zien we het Maison Jung-Selig, een monumentaal vakwerkhuis. Vervolgens komen we door de poort van Maison Lichtich op een sfeervolle binnenplaats, de Cour au Nid des Cigognes, met mooie houten balkons en een wijnpers uit 1819. De oorsprong van dit bouwwerk gaat wellicht terug tot 1535. Initialen van Wilhelm Bart en het wijnjaar MDXXXV zijn op een venster gegraveerd. Aanpassingen vinden plaats in 1662 en 1853. Onder de uit Colmar afkomstige architect Edouard Spittler vindt nog een renovatie in 1908 plaats. Hier is het kleine Musée Hansi ondergebracht, een pareltje van subversie, humor en talent van Jean-Jacques Waltz (1873-1951) bijgenaamd Hansi, de beroemdste populaire illustrator van de Elzas. Tegenover Maison Lichtich vinden we op nr. 13 een ander mooi pand. Dit is het Maison Behrel met een Laat-Gotische erker.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Riquewihr - Illustratie van Jean-Jacques Waltz (1873-1951) bijgenaamd Hansi
Verderop naar links voert de route door de Rue de la Couronne langs het voornaamste huis van Riquewihr, het Maison Dissler. Dit gebouw met een sierlijke krulgevel en een Renaissance erker over twee verdiepingen is in 1610 gebouwd voor Peter Muller en zijn echtgenote Ursula Gunther. Data, initialen en blazoenen zijn op verschillende plaatsen terug te vinden. Peter. Muller was wijnbouwer, gourmet, hotelier van Auberge du Cerf en burgemeester van Riquewihr. Even verderop komen we bij het Maison Jung uit 1683 met vakwerkerker en voor het huis een oude waterput, de 'Kuhlebrunnen'. We wandelen de Rue de Dinzheim in en komen in Rue de Ia 1e Armée uit bij het stijlvolle Renaissancehuis Maison Au Bouton d'Or of Zum Goldenen Knopf, gebouwd in 1566 voor Claus Flach. Deze datum komt voor op de kelderdeur met initialen, op de deur van het torentje met initialen en wapenschilden en een venster. De wagenpoort naar de binnenhof wordt van 1560 gedateerd.

Even naar rechts voert een steegje via twee poortjes naar een binnenhof, het Cour de Strasbourg. Dit is een van de mooiste hofjes van Riquewihr. Het omringende gebouwencomplex vormt een charmant geheel met erker, traptoren en houten veranda en heeft ooit aan het Straatsburgse Bisdom toebehoort, dat in de Middeleeuwen belangrijke wijngaarden in deze streek in bezit heeft gehad. Dit steegje doorlopend en rechts aanhoudend via de Rue des Remparts komen we in de Rue du Cheval, waar we op nr. 5 de Adrihof met een hoge erker zien. Op de binnenplaats staat een markante traptoren, bekroond met een maaswerkbalustrade. De Adrihof dankt zijn naam aan de Abdij Autrey in de Vogezen. In 1579 verkopen de kanunniken van de Orde van de H. Augustinus hun bezit aan Melchior Strauss, gourmet in Riquewihr. Voor de verbouwing doet hij een beroep op de uit Milaan afkomstige metselaar Antoine Mutzat. Hij verwezenlijkt de bouw met een erker van roze zandsteen en het houten vakwerk met talrijke geometrische motieven en zelfs een slang. De bouw wordt in 2 jaar gerealiseerd, getuige de datum van 1581 die op het huis staat gegraveerd. Aan het gebouw met een gevelhoogte van 18 meter zit een toren met wenteltrap van de kelder tot op de bovenste verdieping, die binnen eindigt met een sierlijk gewelf dat toegang geeft tot een terras dat een wijds uitzicht biedt over de daken van Riquewihr, het Zwarte Woud en de Elzas. Een borstwering van gele zandstenen maakt het gebouw compleet. Op de binnenplaats vinden we een put uit 1587, een houten galerij in Louis XVI stijl, een brede keldertrap van kelder uit 1510 en de opslagruimte voor de wijnpers. De Adrihof getuigt van het artistiek gevoel dat de patriciërs van Riquewihr in de bloeiperiode van hun stad uitgestraald hebben.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Riquewihr - Nostalgie in de Rue Saint Nicolas
We komen vanuit de Rue du Cheval in de Rue Latérale. Hier valt het oog op de vierkante erker uit 1551 van Maison David Irion. We gaan linksaf en lopen met de bocht mee naar rechts de Rue Saint Nicolas in. Zelfs deze achteraf straat ademt nog een zeker kleinstedelijk standsbesef. We vinden hier op nr. 13 het Maison Abry met zijn twee fraai bewerkte houten gaanderijen. Door de Rue Saint Nicolas met de bocht naar rechts bereiken we de Rue du Cerf. Rue du Cerf in. Het straatje ontleent zijn naam aan de aan onze rechterzijde gelegen voormalige herberg Auberge du Cerf uit 1566 met aan de gevel een monumentaal steigerend hert. In 1537 verkoopt Hammann van Neuenstein dit huis, dat, toebehoort aan de prior van Oelenberg, Guillaume van Neuenstein, aan de Würtembergers, die het aan de stad schenken als een gemeentelijke herberg, Auberge du Cerf genaamd vanaf 1572. In 1695 verkoopt de stad het aan de gourmet Conrad Gsell. Het beeld van het steigerend hert boven zijn karrenpoort is een kopie uit 1909, van het origineel dat aan het begin van de 19e eeuw, door een Zwitser aan de eigenaar is aangeboden; herberg. Het origineel bevindt zich sinds 1888 in het museum van Colmar. Tot de lange bouwgeschiedenis horen ook de aangrenzende panden waarvan de oorsprong wellicht teruggaat tot de 16e eeuw. De herbergiers van dit huis waren gourmets van vader op zoon.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Riquewihr - Voormalige Auberge du Cerf (1566)
Tegenover Auberge du Cerf staat het Maison Kiener, gebouwd in 1574 door de gourmet Conrad Ortlieb. Het pand heeft een binnenplaats en leunt gedeeltelijk tegen de 13e eeuwse stadsmuur. Voor de trappentoren op de binnenplaats staat een waterput uit 1576. waarop een tweetal inscripties is aangebracht. Op de gevel vermeldt een Renaissanceplaquette dat Conrad Ortlieb dit huis (1574) geheel naar zijn eigen smaak en voorkeur gebouwd heeft. De andere inscriptie maakt gewag van de vergeefse strijd van deze levensgenieter tegen de vergankelijkheid van het leven, wat wordt onderstreept door een reliëf waarop Magere Hein de heer des huizes komt halen.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Riquewihr - Massatoerisme in de Rue de Général de Gaulle
Op de hoek van de Rue du Cerf, waar we terug zijn in de Rue de Général de Gaulle, wanen we ons in de kerstsfeer door de winkel "Féerie de Noël" van Käthe Wohlfahrt. Even naar links en we staan voor het symbool van Riquewihr: de Middeleeuwse stadspoort uit 1291, de Dolder, die in dezelfde tijd gebouwd is als de stadsmuur. Dolder betekent in het Elzassisch “het hoogste punt". De klokkentoren met een hoogte van 25 meters maakt aan de buitenzijde een robuuste indruk op de vijand, maar aan de stadszijde zien we vakwerk, over vier verdiepingen die ooit door de familie van de bewaker zijn bewoond. De bewaker beschikte voor het alarm over een kleine klok op de top van de klokkentoren. Deze klok is in 1842 gesmolten. Het karakteristieke hoge poortgebouw herbergt tegenwoordig een klein stadsmuseum.

Rechts voor de Dolder aan de Rue des Juifs staat de Sinnbrunnen, een fontein uit 1580. Ooit heeft deze fontein gediend om de vaten, kuipen, tonnen en bakken, die door de wijnboers zijn gebruikt te ijken en schoon te maken. Op de zuil staat een gebeeldhouwde heraldische leeuw die het blazoen van de Heren van Horbourg, bezitters van de stad tot 1324, en het blazoen van Riquewihr. De Rue des Juifs voert hier naar de Cour des Juifs, waar volgens gebruik de kleine Joodse gemeenschap van Riquewihr afgezonderd woonde van de rest van de bevolking. Deze wijk is tijdens gedurende de nacht gesloten. Zoals elders worden de Joden geminacht en vervolgd vanwege hun beroepen als geldlener en schuldeiser. Zo worden 28 Joden in 1416 in hun getto afgeslacht, meegesleept buiten de stad en vervolgens zonder enige vorm van proces op de bandstapel geworpen. Het is de Graaf van Ribeaupierre, onder wiens verantwoordelijkheid Riquewihr valt, die 16 schuldigen veroordeeld en laat onthoofden.

Riquewihr - Porte Haute
Een trap brengt ons naar de ingang van de Tour des Voleurs (1291), de noordwestelijke hoektoren, een meesterwerk in de stadsmuur van de Middeleeuwse vesting. In de 15e eeuw wordt de toren aangepast en heeft een hoge omloop van 18 meter, vijfhoekige aan de buitenkant en vierkant aan binnenzijde met dikke muren van 2 tot 5 meter. Hij wordt gebruikt als gevangenis en de naam “Dieventoren” geeft aan dat hier dieven, verraders, heksen, gifmoordenaars en andere moordenaars zijn opgesloten en gefolterd. De folterkamer is in gebruik tot aan het einde van het Ancienne Regime en heeft een donkere en vochtige kerker met een diepte van 5 meter. In een ruimte is een expositie ingericht over de annexatie van de Elzas en Riquewihr in het bijzonder tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945). Terug naar de Dolder komen we door deze stadspoort bij nog een poort. Deze Porte Haute, het Obertor, maakt deel uit van de tweede omwalling die in de 16e eeuw rond de Middeleeuwse stadsmuur is aangelegd. Hier is aan de buitenkant van het poortgebouw nog duidelijk zichtbaar waar de ophaalbrug is geweest met valpoort en massieve deuren uit 1500, de oudste in Europa. Met de komst van de vuurwapens aan het einde van de 15e eeuw wordt de poort overbodig en de Hertog van Würtemberg, de heer van Riquewihr, laat vanaf 1500 ter bescherming van de stad, de inwoners en de opbrengst van hun wijngaarden een tweede wal van zandsteen uit de Vogezen bouwen.

We wandelen onder de Dolder door terug in de Rue de Général de Gaulle, waar achter een aantal gevels intieme binnenhoven schuil gaan. We passeren op nr. 52 aan onze rechterzijde de binnenplaats van de Cour de la Dîme, het tiendhof van de Heren van Ribeaupierre, die pacht hieven over de duivenoogst van Riquewihr, met opslagruimten en onderkomens voor de pachtontvanger. Deze gebouwen, waarschijnlijk uit de 16e, 17e en 18e eeuwen, gaan in 1896 in vlammen op en worden gedeeltelijk in 1897 weer opgebouwd. De put die op de binnenplaats behouden blijft, wordt van 1739 gedateerd. Als in 1781 de gebouwen van de Cour des Dîmes ontoereikend zijn geworden, worden de aangrenzende panden aangekocht. Verderop vinden we op nr. 46 het Maison Zimmer, waar zich naar de binnenplaats een mooi Renaissance portaal bevindt met een vrome inscriptie uit 1613. Bijna ernaast op nr. 40 valt het geestig uithangbord van de Ancienne Hôtellerie de l'Étoile uit 1686 op, geschilderd door de bekende tekenaar en anti-Duitse cartoonist Jean Jacques Waltz alias Hansi. Deze herberg is tot 1574 in bezit van Conrad Ortlieb en wordt daarna stadsherberg. In 1686 wordt het pand door de timmerlieden Dors Dick en D. Klinghof, beiden uit Ribeauvillé, gerenoveerd. De versieringen zijn van de uit Zürich afkomstige beeldhouwer Zacharias Wolfensperger, die zich sinds 1684 in Riquewihr heeft gevestigd. Door schulden verkoopt de stad de herberg in 1721 aan de uitbater. In 1870 wordt het oude dak vervangen door het huidige mansardedak met leien. De voorgevel wordt in 1923 door de uit Colmar afkomstige architect Edouard Spittler gerestaureerd.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Riquewihr - Maison Zimmer
Het zijn veel in het oog springende monumentale panden in deze Rue du Charles de Gaulle. Op nr. 37 valt de Berckheimerhof uit 1523 op met een 16e eeuwse traptoren. En verderop het Maison Berschy uit 1545, beter bekend als van L' Ours Noir met hoekpilaar die vaak met "Manneken-Pis" wordt vergeleken. Het vakwerkhuis is gebouwd in 1545 op de plek van een gebouw dat al in 1378 wordt vermeld. Voor we de Rue du Charles de Gaulle uitlopen, wandelen we nog even naar links de Rue des Trois-Églises in naar het gelijknamige plein, dat de herinnering levend houdt aan drie kerken op een kerkhof. Het zijn de parochiekerk gewijd aan Sainte Marguerite, uit 12e tot de 15e eeuw, de bedevaartskerk Notre Dame uit het begin van de 14e eeuw en de voormalige Église Saint Evrard uit de 13e-14e eeuw, verbonden met het nabij gelegen ziekenhuis, Na de invoering van de Reformatie door Graaf Georges van Würtemberg in 1534 wordt de bedevaartskerk een Protestantse pastorie en de Église Saint Evrard een school. Behouden zijn nog oude elementen zoals de grote bogen en vensters van de Notre Dame en van de Église Saint Evrard enkele fragmenten van een fresco van rond 1500 dat een Dag des Oordeels uitbeeldt. De Église Sainte Marguerite, die tot aan haar afbraak in 1845 door zowel de Protestanten als de Katholieken wordt gebruikt, maakt dan plaats voor de Temple Protestant, waarin we een orgelkast uit 1781 zien. De nieuwe Katholieke kerk verrijst bij de Porte Neuve.

Aan het einde van de Rue du Charles de Gaulle zijn we terug bij het Hotel de Ville. De stadswandeling zit erop. Genoeg tijd om nog eens kriskras door Riquewihr te slenteren, een vergeten hoekje te zoeken en een terrasje te pikken en te genieten van een heerlijke wijn, die deze streek zo bekend gemaakt heeft.

Charles Aerssens

Deze wandeling is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Maar ten aanzien van wijzigingen of onvolledigheden in de tekst kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard.

GIDSEN:

- Capitool Reisgidsen: Frankrijk, ISBN 90-410-1806-9
- ANWB Gouden Serie: Vogezen - Elzas - Lotharingen, St. van Schuppen, ISBN 90-18-01387-0
- Michelin Guide de Tourisme: Vosges - Lorraine - Alsace



Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gegenereerd op 14-08-2008 door C.P.J. Aerssens