HERTOGENPAD 12
Leudal - Horn - Roermond 16 km

© L.A.W.V.VIA-VIA
Natuurreservaat Leudal met Leubeek

Vertrekpunt
Afstand
Korte karakteristiek








ANWB-Paddestoel 22944 aan de Leudalweg in Neer
Ongeveer 16 km.
Deze laatste etappe van het Hertogenpad voert allereerst door het Natuurreservaat Leuddal langs de Leubeek voorbij aan de Sint Ursulamolen naar het Leudalmuseum en oorlogsmonument. Vervolgens gaat de route zuidwaarts door het Starrenbosch en door de tunnel onder het spoor door bereiken we Houterhof om dan langs een oude Maasarm in Horn te komen. Voorbij aan het Middeleeuwse kasteel bereiken we het waterrijke gebied van de Maasplassen ten westen van Roermond. Nu nog de Maas oversteken en door het centrum van Roermond naar de Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk, waar het vorstelijk praalgraf van Graaf Gerard van Gelre en zijn gemaal Gravin Margaretha van Brabant het eindpunt van het Hertogenpad symboliseert.

ROUTEBESCHRIJVING

Vertrekpunt voor deze laatste etappe van het Hertogenpad is ANWB-Paddestoel 22944 aan de Leudalweg in Neer, waar we direct naar rechts het uitgestrekte Natuurreservaat Leudal binnen wandelen. Het Leudal is een natuurgebied van zo'n 900 hectare waarvan 500 hectare als reservaat beheerd wordt door Staatsbosbeheer en gelegen tussen de dorpskernen van Haelen, en Heythuysen, Roggel, Neer, Nunhem en Haelen. Het Leudal is een hooggelegen dekzandgebied aan de westoever van de Maas, met afzettingen uit de laatste ijstijd. Je vindt er beekdalen, landduinen en bosvennen. Door de ligging in een landschap met terrassen aan de Maas en vrij grote hoogteverschillen stromen de beken snel en zijn de beekdalen opvallend diep in het zand ingesneden. Door het gebied stromen de Leubeek, ook wel Tungelroyse Beek, en de Zelsterbeek, die tussen Nunhem en Neer samenvloeien tot de Neerbeek. De Haelense Beek verloopt kilometerslang net zuidelijk en oostelijk van het Natuurreservaat Leudal. De Leubeek is in het verleden grotendeels gekanaliseerd, maar aan het begin van 21e eeuw is een belangrijk stuk van de oude beekloop met zijn meanders weer hersteld. Bovenstrooms van het Leudal worden ook verschillende beektrajecten van de Tungelroysebeek en de Roggelse beek hersteld.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Natuurreservaat Leudal met Leubeek
We volgen de zandweg en al meteen wordt de hoge natuurwaarde van het Leudal zichtbaar. De vegetatie is er zeer gevarieerd door de diep ingesneden dalen met de daar optredende kwel en de daarbij behorende vegetatie. De natte bossen in de diepe beekdalen behoren tot bijzondere bostypen als elzenbroek, vogelkers-essenbos, haagbeukenbos en berkenbroekbos. Daarin vind je vooral plantensoorten die op diepe kwel wijzen, zoals grote hoeveelheden goudveil, dotterbloem en waterviolier. In poelen en moerasjes groeien slangenwortel, elzenzegge, stijve zegge, gagelstruwelen en adderwortel. Op betrekkelijk voedselarme plekken in het beekdal bloeien in het voorjaar de sleutelbloem, bosanemoon, dalkruid en lelietjes-van-dalen en in de schrale graslanden komt o.a. de gevlekte orchis voor. Ook de hogere gronden vormen een gevarieerd natuurgebied met bos dat bestaat uit loofbomen en naaldbomen, kleine heideveldjes en droge graslanden, maar ook zijn er akkers en weiden te vinden. De fauna is zeer gevarieerd. Naast vos en ree komen er dassen voor en andere marterachtigen en ook de bevers die in 2002 zijn uitgezet, lijken het goed te doen. Bijzondere vogelsoorten zijn zwarte specht, groene specht, goudvinken, gele kwikstaartjes, sperwers en boomvalken. Bovendien zijn er ijsvogels te vinden, die aan steile zandoevers van de Leubeek een visrijke en ideale habitat hebben.

Het zandpad volgend komen we aan het bruggetje over de Zelsterbeek. Ooit is hier een doorwaadbare plek geweest. We staan nu aan de Groaveberg, een merkwaardige 6 meter hoge heuvel. Deze verhoging in het landschap heeft in het verleden mogelijk gefungeerd als motte, een door de mens met palissaden omheinde opgeworpen heuvel met een houten bouwwerk of toren en omgeven door een gracht. Vanaf de 11e eeuw worden deze mottes opgeworpen op strategische plekken uit militair oogpunt. Vanaf de 13ee eeuw werpen grote heerboeren als statusobject ook mottes op. Maar uit archeologisch onderzoek in 2006 is niet gebleken dat de Groaveberg door mensenhanden is opgeworpen en zijn er geen vondsten aangetroffen. Wel staat vast dat de top van deze heuvel is afgevlakt door de mens. De Groaveberg heeft in het verleden wel veel aanleiding gegeven tot verhalen. Zo doet het verhaal de ronde dat er in Roggel een gravin geleefd heeft die aangezien werd voor een heks. Als ze sterft besluit men haar te begraven in het Leudalbos en het graf zo massief te bedekken dat haar geest er nooit meer uit zal kunnen komen. Alle boeren worden opgeroepen mee te werken en zo ontstaat de “Groavinneberg” later verbasterd tot Groaveberg. Na de Groaveberg slaan we linksaf en volgen het pad tot aan de stalen voetgangersbailleybrug ui WOII. Deze brug uit waarschijnlijk 1945, is aangelegd door een genie-eenheid van de 16e Schotse Infanteriedivisie. Uit Britse militaire documenten blijkt dat in december 1944 en januari 1945 diverse bailleybruggen zijn aangelegd in het Leudal. Aanvankelijk vooral zogenaamde class 40- en class 9-bruggen die bestemd zijn voor voertuigen. Maar later ook kleine bruggen die van belang zijn voor de aanvoer van munitie en voorraden naar de Britse voorposten langs de Maas. Deze unieke brug vormt één van de weinige overgebleven zichtbare bouwwerken in het Leudal die herinneren aan WOII.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Leudal - Sint Ursulamolen(1773)
We volgen het voetpad na de brug en na de afrastering aan onze rechterzijde klimt de route naar rechts omhoog. Bovenaan houden we rechts aan en wandelen langs een sterk afgekalfde en steile zandhelling met onder ons een ruime bocht van de Leubeek, die hier meanderend zijn weg zoekt in het bosrijke dal. We dalen verderop tot bijna aan de oever van de beek en volgen die zuidoever zo veel mogelijk tot we uitkomen op een breed onverhard pad, dat ons naar een van de verschillende watermolens in de omgeving van het Leudal brengt”: de Leumolen of Sint Ursulamolen uit 1733, zoals met muurankers in de buitenmuur is aangegeven, en vernoemd de H. Ursula. Het beeld van St. Ursula vinden we in een nis in de westgevel boven de deur van de Leumolen en stamt uit 1961. Het is door de Limburgse kunstenaar Gène Eggen (1921-2000) vervaardigd uit een meer dan twee eeuwen oude eiken balk uit een Limburgs kasteel en beeldt St. Ursula uit als de patrones, pijlen in de hand en omringd door elf maagden elk duizend lotgenoten vertegenwoordigend. Deze watermolen, die nu fungeert als korenmolen en oliemolen, wordt voor het eerste vermeld in 1558, als die met de nabijgelegen Leuhof in leen zijn gegeven door het Graafschap Horn, maar vanaf 1701 behoorde dit goed tot het Klooster Sint Elisabethsdal. In 1773 wordt de vervallen molen vervangen door de huidige stenen watermolen die in vakwerkbouw is uitgevoerd en bekroond met een torentje. In 1796 worden watermolen en Leuhof door de Fransen onteigend en verkocht. Zo komt de molen in bezit van de adellijke familie Waegemans, die op Kasteel Nunhem woonde. Deze familie verpacht de molen, die 1828 met een pelmolen wordt uitgebreid. In het begin van de 20e eeuw vervangt een Girard turbine het houten waterrad en na overlijden van de laatste erfgenaam in 1907 gaat molen in andere particuliere handen over om in 1956 aan de Staat verkocht te worden. Nu beheert Staatsbosbeheer de Sint Ursulamolen, die in1961 is gerestaureerd en een nieuw houten waterrad krijgt. Nu is de korenmolen weer maalvaardig en kan er weer olie worden geslagen.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Leudal - Ontwerp gerenoveerde Elisabethsmolen (2015)
Voorbij gaat de route aan de Sint Ursulamolen met de ernaast gelegen Leugaard, de in 2008 in ere herstelde boomgaard met een zestiental hoogstamfruitbomen met oude fruitrassen zoals: appels, peren, kersen en pruimen met prachtige namen als Grunsvelder Klumpke, Clapp's Favourite of Hedelfinger Riesenkirsche. Bij iedere boom is nu een klein bordje geplaatst met informatie over de betreffende fruitsoort en een afbeelding van de vrucht. Een schilderij van Vincent van Gogh: de boomgaard (1888) complementeert het infobord. We steken de Leubeek over en slaan na de stenen brug het eerste bospad naar links in. Aan het eind opnieuw linksaf om dan over het houten bruggetje rechtsaf aan te houden en door het hekje uit te komen op de Roggelse Weg. Hier gaan het even naar links naar we over de Leubeek bij de onlangs gedeeltelijk in nieuwe stijl gerestaureerde Elisabethsmolen, die oorspronkelijk al in 1278 aan het klooster St. Elisabethsdal door Willem van Horn wordt geschonken en door de eeuwen heen vele pachters heeft gekend. In 1796 onteigenen de Fransen de molen, die openbaar wordt verkocht. In 1840 wordt de watermolen opgetrokken in steen en doet dienst als graan-, zaag- en oliemolen. In 1844 brandt de molen af door brandstichting maar wordt snel weer herbouwd. Als in de nadagen van 1944 de Duitsers zich terugtrekken dit stuk van Nederland blazen ze wat van nut kan zijn voor de Geallieerden op, zoals bruggen, molens en kerktorens. Omdat in de Elisabethsmolen munitie ligt opgeslagen, gaat de watermolen mee de lucht als een zware lading bij de brug aan de kant van de molen tot ontploffing wordt gebracht. Door de huidige renovatie van de Elisabethsmolen is een geheel nieuw sluiswerk en een nieuw houten schoepenrad geplaatst dat gekoppeld is aan een generator die stroom opwekt. De turbine wekt ongeveer 53.000 kWh stroom op, waarvan de elektriciteit wordt ingezet voor het beheer en onderhoud van de molen en ook voor het organiseren van educatie over de molen en de energieopwekking van het aangrenzende Bezoekerscentrum Leudal en de Horeca.

Het Bezoekerscentrum Leudal herbergt een museum en wisseltentoonstellingen en je kunt er aan de balie terecht voor toeristisch recreatieve informatie van het Leudalgebied. Het is ook een plek waar het Monument van Verdraagzaamheid een centrale plek inneemt. Dit monument is op 8 maart 2001 onthuld als herinnering aan de oorlogsjaren 1940-1945 en aan de 687 militairen van 11 nationaliteiten die in het Leudalgebied hun leven hebben verloren. In het hart van het monument is een Cd-rom geplaatst waarop die informatie is vastgelegd. Het in brons gegoten beeld is gemaakt door beeldhouwster Thea Houben uit Roggel en bestaat uit een halve boog op een gelijkzijdige driehoek die het Goddelijke symboliseert. De meeuwen staan voor de vrijheid. Het zwaard met de lauwerkrans en de ineengeslagen handen duiden op de strijd die gestreden is en de verbroedering over de dood heen. Het ontwerp van deze applicatie alsook de symboliek van de meeuwen is naar het idee van John Wagemans. De voet van het monument is dicht gelegd met maaskeien, één voor elke gesneuvelde militair. De elf rode stralen in het plaveisel symboliseren de nationaliteiten van de gesneuvelden. Een informatieplaquette geeft aan dat dit monument deel uitmaakt van de Liberation Route Europe, een internationale herdenkingsroute die een schakel tussen de belangrijkste regio’s tijdens de opmars van de westelijke Geallieerden vanaf Zuid Engeland naar de stranden van Normandië, de Belgische Ardennen, Brabant, Arnhem, Nijmegen, het Hürtgenwald en Berlijn. De route gaat verder naar de Poolse stad Gdansk, waar bijna twee generaties later een democratische revolutie op gang kwam om de afscheiding van Europa op te heffen.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Leudal - Monument van Verdraagzaamheid
Vanaf Bezoekerscentrum Leudal gaat onze route nu terug over de Roggelse Weg naar de brug over de Leubeek, die vanaf deze brug verder westwaarts stroomt als Tungelroysche Beek. Na de brug nemen we het eerste bospad naar rechts en op het kruispunt van bospaden gaan we opnieuw rechtsaf. Na goed een kilometer met de bocht naar links bereiken we een breed zandpad dat op de topografische kaart staat vermeld als Mariën Schootweg, die we naar rechts vervolgen tot aan het open gebied. Naar links komen we nu op de Speckerweg, die de zuidoostelijke rand vormt van Natuurreservaat Leudal. Hier komen we langs de plek waar op 18 augustus 1941 de Vickers Wellington Mk IC X9704 OJ-B van 149 Squadron Royal Air Force is neergestort. De bemanning bestaat uit Pilot Officer John Christian Lynn, Air Gunner Michael Izaac Archibald Mendoza, Sergeant W. Johnny Culpan, Pilot Officer R.R. Henderson, Sergeant C.G. Jones en Sergeant K.K. Sterrett. Het toestel stijgt die nacht op om 23.29 uur van Mildenhaall/Engeland om op weg te gaan voor een bombardement op Duisburg en komt om 2.25 uur ter hoogte van Roggel terecht in zwaar luchtafweergeschut met veel zoeklichten. Gevangen in het snijpunt van de lichtstralen is het toestel een gemakkelijke prooi voor Duitse nachtjagers en wordt neergeschoten door Oberfeldwebel Gerhard Herzog van het 2/NJG1. De piloot raakt bij de aanval ernstig gewond en het toestel vliegt brandend in de richting van Horn. Plotseling draait het echter in westelijke richting en stort uiteindelijk hier aan de Speckerweg neer. Gelukkig kunnen drie bemanningsleden: Sergeant W. Johnny Culpan, Pilot Officer R.R. Henderson en Sergeant C.G. Jones het toestel nog tijdig verlaten, maar worden door de Duitsers gevangen genomen. Tussen de brandende wrakstukken vinden de Duitsers later de lichamen van de overige bemanningsleden, die begraven worden op het kerkhof in Venlo en nu op de militaire begraafplaats Jonkerbos te Nijmegen rusten.

© L.A.W.V.VIA-VIA

We vervolgen de wandeling over de Speckerweg met aan onze rechterzijde het open gebied Langven tot we aan de afslag naar rechts komen, nog voor het houten kruis dat een corpus van brons heeft en met tekstbord, waarop vermeld staat: “Petronella Theunissen heeft hier gegeven, haar jeugdig leven, voor hare eer, ter wille van Den Heer, 2 juni 1918.” Aan de voet van het kruis staat nog een onverklaarde tekst: “TfS.P.S” Uit mondelinge locale bron is vernomen, dat hier de verkrachting en moord van Petronella plaatsgevonden heeft door een man van Duitse nationaliteit. Staatsbosbeheer is eigenaar en beheerder van dit moordkruis, dat in 1967 is gerestaureerd. Een statig bomenlaantje brengt ons naar het Starrenbosch. Ook hier komen we voorbij een plaquette die In het achterliggende bos de plek aangeeft waar op 30 november 1943 de Amerikaanse B17 Flying Fortress QW-Y 42-3317 “The Spirit of '76” van 412 Bomb Squadron, 95th Bomb Group van de 8ste Amerikaanse luchtvloot ‘The Mighty Eight’ gecrasht is. Deze bommenwerper Is opgestegen van de basis Horham om 7.30 uur voor een bombardement op Solingen en wordt op de terugweg getroffen door Duits luchtafweer en stort om 13.05 uur neer. De Amerikaanse bemanning bestaande uit Pilot 2nd Lieutenant Arthur C. Hensler, Co/Pilot 2nd Lieutenant Robert Gilcrist, Navigator 2nd Lieutenant William L. Lohmann, Engineer Sergeant Elmer Gilcrease, Operator Staff Sergeant Max Gottlieb, Tail Gunner Staff Sergeant Charles Higgins, Bombardier 2nd Lieutenant Paul Gregory, Right Waist Gunner Staff Sergeant Paul Appleby, Ball Turret Gunner Staff Sergeant Francis McDermott en Left Waist Gunner Sergeant Jack Hyatt, weet tijdig uit het toestel te springen en komen op verschillende locaties terecht en de meesten van hen weten met hulp van het verzet te ontsnappen. Staff Sergeant Francis McDermott en Staff Sergeant Paul Appleby worden in Brussel alsnog gevangen genomen. Navigator 2nd Lieutenant William L. Lohmann komt in de Maas terecht en verdrinkt en pas in juli 1944 spoelt zijn lichaam aan op de oever van de Maas in Kessel, waar hij wordt begraven op het plaatselijke kerkhof om dan na de oorlog overgebracht te worden naar de Amerikaanse begraafplaats Neupré in de Belgische Ardennen.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Bemanning B17 Flying Fortress QW-Y 42-3317 “The Spirit of '76” van 412 Bomb Squadron, 95th Bomb Group
2nd Lieutenant Arthur C. Hensler, 2nd Lieutenant Robert Gilcrist, 2nd Lieutenant William L. Lohmann, 2nd Lieutenant Paul Gregory
Staff Sergeant Charles Higgins, Sergeant Elmer Gilcrease, Staff Sergeant Max Gottlieb
Staff Sergeant Paul Appleby, Staff Sergeant Francis McDermott, Sergeant Jack Hyatt
Het pad voor het Starrenbosch vervolgend komen we op een T-splitsing, waar we rechts aanhouden in een open gebied van het Beelenbos in de richting van de spoorlijn Weert-Roermond wandelen. Door het tunneltje gaat de route naar Houterhof, waar we de Haelense Beek oversteken en links aanhouden. Bij het open stuk aangekomen houden we bij de bosrand de route aan zoals op Kaart 43 in het wandelgidsje is aangegeven. Maar geen enkele markering en in het bos is het zoeken naar de weg. Aangekomen op het zandpad wandelen we naar rechts en bereiken even verderop de drukke Napoleonsweg, die we oversteken en rechtdoor verder gaan onder een tweetal hoogspanningstrajecten door en passeren aan onze rechterzijde het Kloppeven, een oude Maasarm. Zo komen we in dorpje Horn, dat al rond 957 als zelfstandige parochie bekend is. Archeologische vondsten en sporen van prehistorische en Romeinse nederzettingen wijzen op een nog ouder verleden. Ergens in de 10e eeuw vestigen zich hier de Heren van Horn, die hier in de 15e eeuw hun eigen Graafschap vestigen, dat bestaat uit bestond uit de dorpen Heythuysen, Roggel, Neer, Nunhem, Buggenum, Beegden en Haelen, Geistingen Ophoven en Horn zelf. Van dit Graafschap is enkel nog het Kasteel Horn behouden. Via de Haelenseweg en rechtsaf de Broekstraat komen we aan de splitsing bij het bakstenen St. Rochuskapelletje en verlevendigd door steunberen en uitkragende gevels. Het dak is met leien gedekt en in de zijwanden zijn raampjes met rondbogen aangebracht. De ingang is eveneens rondbogig en wordt gesloten door middel van een poort in siersmeedwerk. In de hardstenen sluitsteen staat het stichtingsjaar: 1996.Het interieur is uitgevoerd in schoonmetselwerk in twee verschillende kleuren. Op een hardstenen altaarplateau met de inscriptie Sint Rochus staat achter plexiglas het gepolychromeerde beeld van de H. Rochus, patroon van alle zieken en aangeroepen ter bescherming tegen besmettelijke ziekten, hondsdolheid, beenkwalen en ongevallen. De glasraampjes stellen de 4 jaargetijden voor en zijn gemaakt door glazenier Frits Zeegers uit Herkenbosch.

We houden links aan de Kemp op tot op de kruising met de Breedweg, waar we rechtsaf de Schoolstraat ingaan. Zo komen we in het centrum van Horn, waar de route van het Hertogenpad ons naar links leidt en we langs Kasteel Horn wandelen met zijn bijgebouwen. Kasteel Horn ligt in een drassige omgeving, waar ooit nog de Maas gestroomd heeft, maar die in 1342 meer oostelijker naar Roermond verlegd is. Het kasteel, dat wellicht al in de 10e of 11e eeuw is gebouwd en een van de oudste, nog intacte middeleeuwse ringmuurburchten heeft, aanvankelijk vier hoektorens en een vleugel. Door verbouwing zijn er 2 torens verdwenen en is de ringmuur verhoogd door met mergelblokken op de oorspronkelijke weergang een tweede rij bogen en een nieuwe weergang te bouwen. Het zaalgebouw van het kasteel is in de 15de eeuw naar het oosten verlengd en de oude vierkante toren is toen in een woonruimte veranderd. Het hele woongedeelte heeft hierdoor een L-vorm gekregen. De geschiedenis van het kasteel gaat terug tot 1102, als en gesproken wordt van ene Engelbert Van Horn, zoon van Dirk van Horn, maar dit is dan nog niet geheel duidelijk. Kasteel Horn wordt voor het eerst in 1243 vermeld in een brief, waarin Willem, Heer van Horne en Altena, verklaart dat hij van de Graaf van Loon ondermeer de burcht en het dorp Horn in leen heeft gekregen. Een van de laatste eigenaren is Philips de Montmorency, Graaf van Hoorne en een aanhanger van Willem van Oranje, die in 1568 in Brussel wordt terechtgesteld. Bij gebrek aan een mannelijke erfgenaam komt het Graafschap Horn en het kasteel in het Prinsbisdom Luik en wordt namens de Prins-Bisschop van Luik bestuurd door zijn bestuursambtenaar. In 1795 wordt het gebied door de Franse Republiek geannexeerd en opgenomen in het Departement Nedermaas. Dan wordt het inmiddels vervallen kasteel in 1798 openbaar verkocht aan Marcellus Gerardus Magneé (1723-1811) uit Luik. Deze familie is heden ten dage nog steeds eigenaar. Als in 1948 loodgieters met herstelwerkzaamheden bezig zijn, ontstaat er brand in het woongedeelte. Pas in 1954 is men met de restauratie begonnen en is o.a. de zaal weer teruggebracht als in de 15de eeuw.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Kasteel Horn
Langs Kasteel Horn en voorbij aan de bedrijfsgebouwen wandelen we door de statige oprijlaan in de richting van het Laterale Kanaal Linne – Buggenum. Op de Roermondseweg even naar rechts en dan meteen opnieuw rechtsaf de Rijksweg richting Horn op. Net voor de afrit van de N280 nemen we naar links de parallelweg aan de noordzijde van de N280 in de richting van Roermond en tussen de Maasplassen door. Voorbij het benzinestation steken we naar rechts Buitenop over en wandelen nu hier opnieuw rechtsaf in de richting van het centrum van Roermond. De stad Roermond, gelegen aan de samenvloeiing van de Roer en de Maas, heeft een rijk verleden als Hanzestad in de late Middeleeuwen. Roermond wordt in de 14e en 15e eeuw een van de belangrijkste steden van de Zuidelijke Nederlanden als hoofdstad van het Overkwartier, deel van het Hertogdom Gelre. In 1543 komt de stad in handen van Keizer Karel V en in 1572 verovert Willem van Oranje Roermond, dat nog in datzelfde jaar door de Spaanse troepen onder bevel van Don Fadrique Álvarez de Toledo wordt heroverd. In 1577 trekken de Spanjaarden zich terug. Vanaf 1579 komt de stad als deel van de Zuidelijke Nederlanden opnieuw onder Spaans bestuur te staan met een onderbreking van 1632 tot het beleg van 1637, waarin Roermond Staats is. Ook van 1702 tot 1716 hoort Roermond tot de Republiek der Verenigde Nederlanden en de Spaanse successieoorlog, die in deze periode wordt uitgevochten, leidt ertoe dat Roermond in 1716 deel ging uitmaken van Oostenrijks Gelre. Dan bezetten de Fransen in 1792 de stad, die tot 1814 Frans blijft. Pas sinds 1814 is Roermond een Limburgse stad als deel van het Koninkrijk der Nederlanden, maar valt in de periode van 1830 tot 1839 onder Belgisch gezag.

Een voetgangerspassage met roltrappen brengt ons onder de drukke Hornerweg door naar de Paterswal, waar ver naar rechts de Grote Kerkstraat inlopen en meteen aan de Sint Christoffelkathedraal staan. De oorsprong van dit kerkgebouw gaat terug tot omstreeks 1410 en wordt opgetrokken in Laat- Gotisch stijl inde vorm van een Grieks kruis met daarin een toren. In de loop van de eeuwen is de kerk getroffen door verschillende rampen. Zo is er in 1554 een stadsbrand, in 1566 de Beeldenstorm en in 1572 de plundering door de troepen van Willem van Oranje. Bovendien maken diverse blikseminslagen, stormschade en torenbranden aanpassing en restauratie noodzakelijk. Zo is het de architect Karl Eugène Marie Hubert Apolinarius Ferdinand Weber (1820-1908.) die de in 1892 verbrande 17e eeuwse torenbekroning in Neo-Gotische stijl vervangt en die bekroond wordt met het 3 meter hoog koperen Christoffelbeeld. Daarna wordt het bovenste deel van spits in 1921 door een storm grotendeels weggeslagen. De zwaarste verwoesting vindt echter plaats op 28 februari 1945 tegen het einde van WOII, als de Duitsers daags voor de bevrijding van Roermond de toren van de kathedraal wordt opblazen. En de meest recente ramp treft de Sint Christoffelkathedraal op 13 april 1992 als een aardbeving voor aanzienlijke schade zorgt. Steeds weer is de kerk na alle onheil weer herbouwd en uitgebreid waardoor het nu een in hoofdzaak bakstenen gebouw is, bestaande uit een vijfbeukig schip met een ingebouwde westtoren, uitspringende dwarsbeuken en een driebeukig hallenkoor. De Sint Christoffelkathedraal is sinds 1661bisschopskerk van het bisdom Roermond.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Roermond - St. Christoffelkathedraal
Het interieur van de kerk beschikt over een aantal beelden, schilderijen en liturgisch vaatwerk van grote cultuurhistorische waarde. Opvallend is naast het hoofdaltaar uit 1961, vervaardigd in de beroemde kunstwerkplaats van Leo Brom in Utrecht, het sacramentsaltaar uit 1593 en het Maria altaar uit1890. Het oudste kunstwerk is het 15e eeuwse gaffelkruis of Dalheimerkruis. We vinden er een Barokke preekstoel en vijf biechtstoelen uit de 18e eeuw, een tabernakel, koorbanken, communiebanken en een doopvont, alsmede enkele monumentale devotiealtaren en een groot aantal vaak rijk bewerkte grafstenen en grafmonumenten. Door de schade van WOII heeft de kathedraal nauwelijks oude glas-in-loodramen. Alleen de beglazing in het Mariakoor van Frans Nicolas is gespaard. Na de oorlog zijn er kleurige glas-in-loodvensters geplaatst van een groot aantal kunstenaars, zoals de bekende Roermondse glaskunstenaar Joep Nicolas, Max Weiss, Leo Reichs van Ateliers Flos in Steyl, Diego Semprun Nicolas, Huub Kurvers en de in Keulen woonachtige Franse kunstenaar Jean-Paul Raymond. In alle overige ramen zit tot nu toe echter nog altijd de 'noodbeglazing', die na WOII is aangebracht en nu dringend aan vervanging toe is.

Vanaf de Sint Christoffelkathedraal zijn we naar links meteen op de Markt, waar het Stadhuis een opvallend dominante plek in neemt. Dit Roermondse monument stamt uit 1700 met kelders uit de 13e eeuw. Al in 1399 wordt er gesproken van een “raithuys” aan de Markt. Een stadsbrand legt de binnenstad op 16 juli 1554 in de as en verwoest ook het stadhuis, dat in de daaropvolgende jaren wordt herbouwd. Rond 1700 krijgt het stadhuis een grote verbouwing met de huidige voorgevel en dient vanaf dan ook als vergaderplaats voor de Staten van het Overkwartier van het Hertogdom Gelre. In 1695 werd er begonnen met de bouw van een ridderkamer. In 1876 werd de voorgevel van het stadhuis gecementeerd volgens een plan van de eerder genoemde architect Karl Eugène Marie Hubert Apolinarius Ferdinand Weber. In 1905 wordt het stadhuis grondig gerestaureerd en uitgebreid met onder meer een nieuwe raadzaal. Van oktober 1953 tot 1955 vindt er een renovatie plaats en wordt het pand Markt 32 bij het stadhuis gevoegd en daarna komt er achter het stadhuis een nieuwbouw. In het torentje van het stadhuis bevindt zich een klokkenspel of beiaard waar bovenop draaiende beelden voorbijkomen. De beiaard is in 1982 geschonken ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad Roermond en in 1995 wordt het klokkenspel aangevuld met een groep bewegende beelden die onlosmakelijk verbonden zijn met de geschiedenis van Roermond en elke middag om 12.00 uur rond de toren van het stadhuis draaien.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Roermond - Munsterplein met Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk
Langs het stadhuis van Roermond verlaten we de Markt aan de zuidoostzijde door het voetgangersdomein om door de Varkensmarkt en Steenweg naar het Munsterplein te komen. Hier eindigt voor ons het Hertogenpad bij de Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk, is een van de mooiste overblijfselen van de Laat-Romaanse bouwkunst in Nederland, waar duidelijk de overgang zichtbaar is van Romaans naar Gotisch. Het oorspronkelijk karakter uit de periode tussen 1220 en 1244 is grotendeels gespaard gebleven voor rampen. Zo is de klaverbladvormige koorpartij, als het oudste deel van de kerk, sterk verwant aan die van Romaanse basilieken in Keulen, Neuss en Speyer. De halfronde hoofdapsis heeft drie eveneens halfronde, op elkaar aansluitende straalkapellen. De beide transepten zijn daarentegen veelhoekig gesloten. Tussen apsis en transept bevinden zich twee koortorens, een typisch Rijnlands kenmerk, zoals ook de dwerggalerijen in de koorapsis, de transepten en de octagonale kruisingtoren. De binnenkant van de Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk wordt gekenmerkt door de voor het Laat-Romaans kenmerkende neiging tot verticaliteit. De opstand is driedelig en bestaat uit de reeks pijlers en bogen tussen schip en zijbeuken, daarboven een galerij en bovenaan de lichtbeuk. Schip en zijbeuken zijn overwelfd met kruisribgewelven, waardoor de kerk de belangrijkste constructieve eigenschappen van de vroege Gotiek bezit. Maar de Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk is ook onlosmakelijk verbonden met de Roermondse architect Pierre Josephus Hubertus Cuypers (1827-1921), die in 1850 de opdracht krijgt voor de restauratie van het koor. Ingrijpender is de grote restauratie die van 1863 tot 1890 duurt. Zijn plannen zijn ronduit controversieel, maar zijn vrijwel ongewijzigd uitgevoerd. Zo worden de beide achtzijdig koortorens vervangen door vierkante, de barokke klokkentoren wordt gesloopt en delen van de westbouw worden verhoogd tot torens met achtkantige spits tussen vier topgevels. Van 1959 tot 1964 vindt er wederom een restauratie plaats, waarbij het Neo-Gotische interieur van Pierre Cuypers weer wordt verwijderd, maar alle externe wijzigingen blijven echter behouden.

© L.A.W.V.VIA-VIA
Roermond - Praalgraf Graaf Gerard III van Gelre en Gravin Margaretha van Brabant in de O.L.Vrouwe Munsterkerk
Deze Onze Lieve Vrouwe Munsterkerk is ooit gebouwd als onderdeel van een Cisterciënzer vrouwenabdij, die rond 1218 door Graaf Gerard III van Gelre is gesticht en tevens bestemd is als grafkerk voor de Graaf van Gelre en zijn familie. Uiteindelijk worden hier alleen Graaf Gerard III van Gelre en zijn vrouw Gravin Margaretha van Brabant begraven in hun praalgraf. Dit vorstelijk praalgraf ligt direct onder de achthoekige koepel en is gedateerd tussen 1230 en 1240. Het grafelijk echtpaar ligt in geïdealiseerde leeftijd van 33 jaar, de volheid van de leeftijd van Christus, met half gesloten ogen gericht naar het oosten op de tombe, wachtend op de Dag des Oordeels. Het zijn de oudste liggende beelden van Nederland, oorspronkelijk gepolychromeerd met plantenverven en pigmenten. De huidige polychromie dateert pas van een 19e eeuwse restauratie. Het is een passende plek om dit Hertogenpad af te sluiten!

Toch is een opmerking ten aanzien van de routemarkering van deze dagetappe van het Hertogenpad op zijn plaats. De rood-witte routemarkeringen zijn op een aantal plaatsen slecht aangegeven of verdienen een opwaardering, dit geldt met name in het Natuurreservaat Leudal. Daarnaast is de route op kaart 43 na Houterhof voor de bosrand niet gemarkeerd en maakt wellicht gebruik van het onverharde pad naar links. Onduidelijk dus!!

Deze wandeling is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Maar ten aanzien van wijzigingen of onvolledigheden in de tekst kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard.

Charles Aerssens

KAARTEN

- TopoKaart 1:25 000, 58B Panningen
- TopoKaart 1:25 000, 58D Roermond


GIDSEN:

- Wandelgids Hertogenpad - LAW13, Wandelen door natuurlijk Brabant, ISBN 978-90-71068-82-9, € 16,10





Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gegenereerd op 30-05-2015 door C.P.J. Aerssens