HEUVELLANDROUTE



HET ZUIDLIMBURGSE HEUVELLAND

Zuid-Limburg bezit in geologisch en landschappelijk opzicht onmiskenbaar een eigen identiteit. Men waant zich al min of meer in het buitenland. De spraak is anders, de mensen zijn anders van aard, evenals de bouwwijze van huizen en hoven. Ook de natuur verschilt wezenlijk met de rest van Nederland. Om dit merkwaardige Zuidlimburgse landschap te ontdekken is een wandeling een zeer geschikte mogelijkheid. Holle wegen tussen weelderig begroeide bermen, overschaduwd door elzenstruiken en hazelaars, voeren door een on-Nederlands heuvelachtig landschap, waarin beekjes sputteren en eeuwenoude kastelen verscholen staan. Dit is het land van de prachtige oude vakwerkhuizen en boerenhoeven, wispelturige voetpaden met wegkruisen en kapellen. Opvallend is daarbij de overdaad en rijke variatie aan geologische formaties, grondsoorten en de daarmee samenhangende soms zeldzame vegetatie en begroeiing.

VROUWENHEIDE

Op het versneden plateau van Ubachsberg en Huls liggen enkele heuveltjes. Het zijn de resten van de Tertiaire schiervlakte, waarvan het mergelland deel uitmaakte. De flauwe hellingen zijn het gevolg van bodemvloeiing tijdens de latere koud fasen van het Pleistoceen. De hoogste vormt het reservaat Vrouwenheide en is reeds van verre te herkennen aan de grote zwarte graanmolen, die erop staat. Vanaf de parkeerplaats, aan de oostkant van het reservaat, loopt een pad het bos in. In plaats van Löss, zoals in de gehele omgeving, ligt hier grind aan de oppervlakte. Het valt op, dat er voornamelijk vuurstenen, melkkwartsen en kwartsieten in de kiezel zitten. Dit in tegenstelling tot de grote verscheidenheid aan stenen op de parkeerplaats, waar maasterrasgrind is gestort. Een kiezelsteen, die men in het grind van Vrouwenheide af en toe aantreft, is de keizeloöliet. Die bestaat uit een lichtgrijze grondmassa, waarin veel kleine gekleurde, eivormige korreltjes zitten. Dit zijn oorspronkelijk verkitte kalkdeeltjes geweest, die zijn ontstaan in zee door de afzetting van vele dunne kalklaagjes rond een kleine kern. Later is de kalk geheel vervangen door kiezelzuur; de struktuur bleef echter dezelfde. Opmerkelijk is het grote aantal rolstenen in het grindlaagje. Zeer bijzonder is ook het geelrode zand, afkomstig uit het Oligoceen, dat in sommige kuilen direct onder het grindlaagje ontsloten is. De felle kleur is bekend van bodems uit de subtropische landen en wordt veroorzaakt door concentratie van ijzer- en aluminiumverbindingen. De aanwezigheid hiervan bewijst tevens, dat het gebied Vrouwenheide tijdens het Pleistoceen deel moet hebben uitgemaakt van de schiervlakte van de Ardennen. Vanaf deze heuvel van Vrouwenheide heeft men een prachtig uitzicht op het jongere pleistocene landschap.

KRUISBERG

Typisch in het landschap tussen Eys en Wahlwiller is dit markante punt in het landschap. Toch is de majestueuze eik die hier tot voor een paar jaar stond verdwenen. Gebleven zijn een veldkruis en wegwijzer. Zij vormen en echt voorbeeld van de veelal op kruisingen en langs veldwegen geplaatste kruisen en kapellen. Een gebruik dat vaak tot vele eeuwen teruggaat tot in de tijden van onze Germaanse voorouders. Het werden cultusplaatsen welke door het volk geregeld werden bezocht en waarvoor zij een heilige eerbied hadden. De aanwezigheid van een kruis op een kruising van wegen wijst sterk in de richting van zo'n heidense offerplaats, welke de Kerk later diende tot verering van het kruis of een heilige. Het zijn vaak voorbeeelden van volkskunst, vervaardigd met liefde, eerbied en talent.

Vanaf de Kruisberg naar Wahlwiller loopt de markante holle weg via enkele terrassen, zogenaamde graften naar beneden. Deze graften zijn eeuwen geleden al ontstaan. De landbouwende bevolking moest immers vechten tegen het afslibben van de vruchtbare bouwgrond na regen en sneeuwval. Men trachtte deze erosie te voorkomen door de ploegvoor evenwijdig aan de helling te trekken, waardoor het water minder kans kreeg met geweld naar beneden te stromen. Zulke hellende percelen werden naar een zijde namelijk naar het lager gelegen gedeelte geploegd. Op de laagste scheiding liet men het land enige voorbreedten ongeploegd, waarop zich dan gras en houtwallen konden ontwikkelen. Typisch is hier de meidoornbegroeiing en hazelaar.

HEIMANSGROEVE.

Ten zuidoosten van Epen ligt in het Geuldal enigszins verscholen achter hoogopgeschoten struiken dichtbij de Belgische grens een kale steile wand, die zich over een lengte van 75 meter uitstrekt: de Heimansgroeve. Een geologisch begrip. Hier zijn afzettingen ontsloten uit het Boven-Carboon. De platen leisteen werden oorspronkelijk in zee afgezet als klei. Vele miljoenen jaren later werden de inmiddels verharde lagen geplooid. Zichtbaar zijn naar bovenliggende plooien: anticlinalen en dalvormige plooien: synclinalen. Op de leistenen zijn bovenin de groeve zandsteenbanken aanwezig die mogelijk in een kustklimaat zijn gevormd. Men vindt hier ook plantaardige fossielen en resten van schelpdieren, schaaldieren en weekdieren.

Niet ver van de Heimansgroeve liggen nog twee interessante Carboonontsluitingen. De Kampgroeve, die achter de Heimansgroeve ligt, is te bereiken via het pad dat langs de Bellet Beek omhoog loopt. Men ziet er geplooide zandsteenafzettingen uit het Boven-Carboon. Hier werd zandsteen gewonnen ten behoeve van boerderijen en andere gebouwen in de buurt. Iets verder stroomopwaarts langs de Geul ligt de Kwartsietgroeve, die te bereiken is via een voetpad dat zich rechts afsplitst van de weg die hier stijgt in de richting van Cottessen. In deze groeve werd ook op grote schaal zandsteen gewonnen. De zandkorrels zijn hier door kiezelzuur verkit en verworden tot zeer harde kwartsieten. De Geul stroomt hier door een landschap van mergel, zandsteen, leisteen, krijt en löss. Dankzij deze diversiteit aan grondsoorten komen hier ook veel bijzondere planten voor, zoals het zinkviooltje, de bosrank en verschillende soorten orchideeën.


COTTESSEN

Wie nog niet genoeg heeft gekregen van de ontsluitingen in de Heimansgroeve, de Kampgroeve en de Kwartsietgroeve, moet zijn geologische ontdekkingstocht nog even voortzetten om kennis te maken met een ander gesteente. De weg er naar toe loopt door Cottessen naar boven tegen de dalwand van de Geul op. Het grootste gedeelte van de route gaat door een mooie, holle weg, waar hier en daar een vlaag van de gesteenten zichtbaar zijn, waaruit de ondergrond bestaat. Meestal echter worden ze gecamoufleerd door de rijke plantengroei. Na enige tijd ziet men een duidelijke ontsluiting van een wit gesteent. Het is de zogenaamde Gulpense kalksteen. Bij de wegsplitsing die spoedig volgt, onder een prachtige eik, ziet men in de wand van de holle weg een tamelijk goede ont-sluiting van zandgesteente. De zandkorrels zijn veel minder verkit dan in de andere groeven en bevatten kleine, donker-groene tot zwarte korreltjes, die de wand een enigszins groene kleur geven. Het gaat hier om het Vaalser groenzand, waarin zich het mineraal glauconiet bevindt. Heeft men geluk dan kan men in de wand ook enkele fossielen vinden: Steenkernen van schelpen.

VIJLENERBOSCH

Dit is het grote bosreservaat tussen Epen, Vaals en Vijlen, waarvan de historie teruggaat tot in de veertiende eeuw. Het is ongeveer 600 ha. In 1940 verwierf Staatsbosbeheer het 220 ha grote Vijlenerbosch. Het hele gebied bestaat uit door de natuur gevormd loofhoutbos, wat gedeeltelijk uit hakhout bestond, gedeeltelijk bezet was met een boométage waaronder hakhout. Hier heeft voor de eerste maal in Nederland herbebossing plaatsgevonden op plantensociologische grondslag. De bosgezelschappen weerspiegelen in hun samenstelling de groeiplaatsomstandigheden bijv. de bodemvruchtbaarheid. De gevarieerdheid is daarom zo groot: eiken, berken, essen, beuken. Het hele reservaat bestaat uit afzonderlijke boseenheden: Elzetterbosch, Vijlenerbosch, Keper-bosch, Malensbosch, Holsetterbosch.

Naast de betekenis als houtproducent bezit het bos nog tal van nevenfunkties, die indirect weer de mens tot nut zijn. Een van deze facetten is bijvoorbeeld het voorkomen van uitspoeling en erosie van de bodem door regen, zon en wind. De bosgrond vormt als het ware één grote spons, die het hier in grote hoeveelheden vallende regenwater opvangt, in zich opneemt en geleidelijk weer afgeeft aan de bomen. Een andere funktie is de zuivering van de lucht door de bladeren en naalden. Ook voor de recreatie wint het bos aan betekenis. In het Malens- en het Holsetterbosch zijn grafheuvels aanwezig, die vermoedelijk dateren uit de bronstijd, ongeveer 1500 jaar voor Christus.

© L.A.W.V.VIA-VIA

HET VAKWERKHUIS

Het vakwerkhuis is een fenomeen dat zichzelf heeft overleeft. Het is een product van ambachtelijke vormgeving uit vroegere tijden. Het bezit de ongekunstelde, soms primitieve charme van het oude handwerk en komt het zuiverst tot haar recht in haar oorspronkelijke omgeving in afgelegen dorpen en gehuchten. Alleenstaand of hier en daar nog samenscholend in kleine groepjes. Typische voorbeelden van deze bouwstijl, karakterestiek voor landschap en dorpsbeeld, vinden we in Trintelen, Rott en Cottessen. Misschien gaat de oorsprong van de vakwerkbouw terug op de paalwoningen van de Bandkeramiekers, zo rond 4000 voor Christus. Het vakwerkhuis staat echter op een houten voet-raam dat dicht boven de grond op een laagje natuurstenen rust. Zo immers kon het houtwerk niet snel verteerd worden door het vocht en werd de levensduur van het huis aanzienlijk verlengd.

Tot in de vorige eeuw was de boer zijn eigen bouwmeester geweest en hij gebruikte geen andere bouwstoffen dan hout, klei en stro van eigen bodem. Aan hout voor het vakwerk: eiken en essen, was geen gebrek. Het werd gekapt in de nabijgelegen hellingsbossen en tot balken gezaagd. Onderdelen van het gebint werden vooraf door de "raammaker" op de bouwplaats in elkaar gepast, met vereende krachten overeind gezet en verder door de timmerman afgewerkt. Deuren en ramen vormden een onderdeel van het houten skelet. De vakken tussen het raamwerk bestaan uit een vechtwerk van stevige takken en buigzame twijgen, aan weerszijden bepleisterd met een mengsel van kleverige klei en kort gehakt stro, dat na droging nog een gladde afwerklaag kreeg en vervolgens wit werd gekalkt. De vloeren in huis en schuur werden gemaakt van leem. De stalvloeren kregen een stenen plaveisel. Als dakbedekking werd oorspronkelijk stro toegepast, in latere tijden vervangen door pannen. In latere tijden zijn de lemen wandvakken vaak opgevuld met bakstenen, maar lemen wanden hadden een groter isolerend vermogen dan baksteen. Zo bouwden men bescheiden huizen, boerderijen met schuren en bakhuizen maar ook kapitale hofsteden.


ROUTEBESCHRIJVING HEUVELLANDROUTE


SIMPELVELD

Opvallend is de neo-gothische kerk in het centrum, opgetrokken uit Kunradersteen (mergel uit Kunrade). Een andere bijzonderheid is de vondst van een romeinse sarcofaag in 1930, waarbij de afbeeldingen aan de binnenzijde zijn aangebracht. Een replica van deze graftombe bevindt zich in de hal van het gemeentehuis aan de Markt. Het origineel is te bezichtigen in het Oudheidkundig Museum te Leiden.

KLINGELEBERG 2 KM

Steile weg richting Vrouwenheide. Hier vindt men als speciale vegetatie orchideën.

VROUWENHEIDE 3KM

Hier staat de hoogst gelegen belt- of bergmolen van Nederland. Het onderstuk is in een natuurlijke heuvel gebouwd, die de taak van de stelling overneemt. Thans in gebruik als woning.

TRINTELEN 4KM

Klein gehucht met een dorpsput en meiboom en een groot aantal vakwerkhuizen.

EYS 6KM

Aan de ingang dit dorp ligt het kasteel Goedenraad (1777), omgeven door een ruime tuin met majestueuze bomen en enkele vijvers.

WAHLWILLER 8KM

Heeft een romaanse zaalkerk uit de 13e eeuw, die bekend is geworden door de omstreden kruisweg van Aad de Haas.

ELZET EN ROTT 11KM

Deze tweetal kleine gehuchten bereikt men langs de Voortweg via een doorwaadbare plaats in de Mechelder- of Lobergbeek. Elzet bestaat uit enkele Limburgse boerenhoeven en Rott wordt gevormd door een aantal pitoresk gelegen vakwerkhuizen.

CAMERIG 14KM

Via het Elzetterbos komt men in het gehucht Camerig met opnieuw vakwerkhuizen. Van hieruit is men na 2 Km bij de Heimansgroeve, de Kampgroeve en de Kwartsietgroeve.

COTTESSEN 17 KM

Het laatste gehucht op deze route met vakwerkhuizen en nog enkele geologisch interessante formaties.

HOLSET 21 KM

Dit kleine rond het kerkje gelegen gehucht wordt bereikt via het Vijlenerbosch, Malensbosch en Holsetterbosch.

LEMIERS 22KM

Hier staat de oudste Romaanse zaalkerk van Nederland.


Deze wandelingen zijn met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Maar ten aanzien van wijzigingen of onvolledigheden in de tekst kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard.

KAARTEN:

- TopoKaart 1:25000, 69E Heerlen
- Wandelkaart 2, Heuvelland Zuid-Limburg, 1:25000
- Wandelkaart Mergelland, Uitgave B.V. Gulpener Brouwerij, 1:50000





Lange Afstand Wandelvereniging "VIA-VIA".

Gegenereerd op 31-05-2000 door C.P.J. Aerssens